Categorieën
Columns Schrijver

Arwen

Een zieke huisgenoot is nooit leuk. En al helemaal niet als het de huisgenoot is die al het langst bij je woont. Een verhaal over dierenartsconsulten, hoe ik een feeder werd en hoe ver de liefde voor een kat gaat.

Bijna dertien jaar geleden kwam ze in mijn leven. Een klein katje, zwart met rode vlekken, met een wit blesje, befje, buikje en sokjes. En een wit puntje aan haar staart. Het asiel had het zes maanden oude kitten Pieternel gedoopt. Dat werd bij mij in huis al snel Arwen. Hoewel ze toen liever onder de bank zat dan bij mij op schoot, groeide ze langzaam maar zeker naar me toe.

Voorzichtig sluip ik ‘s ochtends door de woonkamer. Oren en ogen gespitst. Want je wil niet je dag beginnen door in een plasje kattenkots te gaan staan… Vandaag ligt het op de leuning van de bank. Ik zucht en wandel met lood in mijn sloffen naar de keuken voor een stukje keukenrol. Dit is al de zoveelste keer deze week. Een paar uur later bel ik de dierenarts. Ik leg de situatie uit.

‘Ze geeft veel over.’
‘Hoe veel en hoe vaak?’
‘Eigenlijk wel dagelijks, vaak ‘s nachts. En ze eet nauwelijks meer.’
‘Kunt u om 11 uur komen?’
‘Ja. Geen probleem.’

Om kwart voor 11 pak ik Arwen op. Ze is slap en weegt haast niks. Zonder worsteling zet ik haar in het reismandje. Dat is al raar. Ik maak me nu echt zorgen. De dierenarts zit gelukkig op vijf minuten lopen, dus we hoeven niet met de auto. ‘Ja, daar komen even wat vrachtwagens langs. En auto’s. Nog even wachten. Ja, we kunnen!’ Kordaat steek ik de grote weg over. Op naar hoop en genezing.

Ze zit stil in haar mandje en staart wat voor zich uit. Ik mompel kattebelletjes en lieve woordjes tegen haar. Zo ziek heb ik haar nog nooit gezien. In al die dertien jaar is ze nooit ziek geweest. Elk jaar kreeg ze een injectie van de dierenarts en ik ontvlooide haar maandelijks vanwege haar vlooienallergie. Verder was ze gezond. Een beetje prikkelbaar en lastig wat eten betreft. Maar verder gezond.

‘Ik geef haar een injectie tegen de misselijkheid en neem bloed af voor onderzoek. We bellen u dan maandag de uitslag door.’ Het is nu woensdag. Ik knik. ‘Heeft u ook iets tegen die wond op haar poot?’ We krijgen een zalfje en anti-misselijkheidspilltjes mee.

Met de injectie in haar bloedbaan eet Arwen wat van haar brokjes. Maar in de loop van de middag wil ze niet meer eten. In een laatje vind ik nog Royal Canin brokjes voor gevoelige eters. Die verslindt ze. De middag gaat over in de avond, ze wil alsnog haar gewone brokjes niet eten. Mijn zorgen zijn inmiddels zo hoog als de Mount Everest. Ik vind wat afleiding tijdens de musicalrepetitie, maar steeds blijft het zwakke hoopje Arwen op mijn netvlies verschijnen.

Donderdag eet ze wat. Maar niet veel. Op vrijdagochtend rinkelt de telefoon: de dierenarts. Ik pak direct op. ‘Het bloedonderzoek.’

‘Ze heeft eigenlijk drie dingen. Nierfalen, bloedarmoede en een hartprobleem.’ Ik zie dit al helemaal mis gaan, de angst dat ik haar moet laten inslapen komt meerdere keren voorbij.
‘Ze eet niks. Wat kan ik doen?’ vraag ik de dierenarts.
‘Ze moet gaan eten. Dat is de belangrijkste prioriteit. We kunnen haar geen dialyse geven nu ze zo verzwakt is. Kom maar langs, dan krijgt ze nog een injectie tegen de misselijkheid.’

Twee uur later sta ik er weer. Met tranen in mijn ogen. Man, wat houd ik ontzettend veel van dit beestje! Ik wil niet dat ze dood gaat. Daar ben ik nog helemaal niet klaar voor. Arwen krijgt een injectie en speciale kattenmelk en blikvoer voor thuis. Eenmaal terug blijkt ze het heerlijk te vinden. Ik leg in de bijkeuken tuinkussens op de grond, installeer mij hier met mijn laptop en blijf bij haar. Ik aai haar af en toe. Haar ruggengraatje prikt door haar piekerige vacht in mijn handpalm. Zo mager… Ga eten, meisje, ga eten…

Beelden van Arwen als kitten blijven steeds voorbij komen. Dat mooie, hartverwarmende moment dat ze onder de bank vandaan kwam om met me te spelen. Hoe ik altijd tegen haar praatte en ze een paar maanden later terug begon te praten. Mrr, brrr, prrr. Gezellige geluidjes. Een paar maanden later lag ze voor het eerst naast me op de bank en kon ik haar voorzichtig aanhalen. Heel zachtjes. Weer een paar maanden later lag ze naast me te spinnen. Arwen spint altijd op het ritme van haar ademhaling, rrr – rrr – rrr – rrr. Niet constant, maar met korte onderbrekingen.

Die vrijdag staat in mijn geheugen gegrift. Hoe blij ik was dat ze het eerste flesje kattenmelk op had en hoe verrast dat ze het blikvoer ook zo snel op at. Ze begon langzaam, heel langzaam, weer op krachten te komen. In het weekend moest ik voor een studieweekend naar Arnhem, maar hield steeds contact met Kris voor updates. Arwen leek het goed te doen. Hoop kwam terug. Zou ze het dan toch redden?

Maandag stond ik opnieuw bij de dierenarts. Controle. Arwen was niet verder afgevallen, ze was zelfs een klein beetje aangekomen. Ik had het gevoel dat ik mijn adem al een week inhield en nu kreeg ik eindelijk weer lucht. De arts mat Arwens bloeddruk, die aan de hoge kant was. Ik kreeg bloeddrukverlagers en een nierdieet voor haar mee. Deze brokjes zijn haar nieuwe favoriet. Ze eet er met veel smaak van.

Een week later weer een nieuwe bloeddruktest. Nauwelijks verandering. Inmiddels zijn er een paar weken voorbij en ze lijkt veel meer zichzelf. Ze heeft weer praatjes als vanouds, is flink aangekomen en heeft veel meer energie. De volgende controle bij de dierenarts vertelt hopelijk meer. De dood lijkt ver weg. Vooralsnog wil ze blijven leven.

Jaren gleden voorbij. Er kwamen andere katten, een hondje, een andere man. Arwen verhuisde met me mee. Van Leeuwarden naar Deurze naar Enschede. Waar we ook nog eens vier keer verhuisden. In tegenstelling tot andere katten vond Arwen het allemaal best. Zolang ze maar bij mij in de buurt kon zijn. Haar liefde kreeg ik niet makkelijk, maar nu ze van me houdt, laat ze me niet zomaar gaan.

Door haar ziek zijn groeide Arwen nog dichter naar me toe. Ik redde haar. Twee keer. Eén keer als kitten uit het asiel en één keer toen ze ziek was. Ik hoop dat ik haar niet nog een keer hoef te redden, dat ze zich sterk houdt. Het enige wat we nu kunnen doen is leven en afwachten.

Laura Schoenmakers

Door Laura Schoenmakers

Laura Schoenmakers is gefascineerd door verhalen. Op deze site schrijft ze blogs, essays, columns en recenseert ze boeken en theatervoorstellingen. Als online copywriter werkt ze voor haar freelance onderneming Content & Stories. Ook adviseert ze over online content, websites en storytelling voor ondernemers. Daarnaast volgt ze een opleiding tot theaterregisseur. In haar vrije tijd doet ze aan acteren, zingen, lezen, sporten en wandelen in de natuur.