Keuzestress

Keuzestress

18-08-2020 Uit Door Laura Schoenmakers
Leestijd: 3 minuten

Wat als ik nou eens een stuk maak over Orpheus en Eurydice? Dat ik het een soort aanklacht maak tegen de vluchtigheid van relaties tegenwoordig? Dat ik vind dat je eigenlijk gewoon wat meer moeite moet doen als je van iemand houdt. Of wat als ik nou een stuk maak over magie? Iets met veel complexiteit, iets waar je bij moet opletten. Maar eigenlijk wil ik er ook een boodschap in stoppen, dat het publiek na afloop zegt: nou, dat heb ik dus nooit geweten! Zo begint een creatief proces voor mij. Een veelheid aan ideeën, een explosie van fantasieën. Hoe maak ik daar een keuze in zonder te verzanden in FOMO?

Creatief proces?

Volgend jaar in het voorjaar presenteer ik mijn afstudeervoorstelling als theatermaker voor amateurtheater. Natuurlijk wil ik iedereen laten zien wat ik kan, wat mijn ideeën zijn. En dat betekent dat het nu een vrijbrief is voor chaos, onzekerheid en een onbegrijpelijke route.

Inmiddels ben ik zo’n vier maanden aan het brainstormen over mijn voorstelling. Ik begon met een fascinatie voor de psyche van vrouwen, schoof van daaruit door naar feminisme en het thema sterke vrouwen. Maar wat voor stuk past daar bij? Ik las tientallen toneelstukken. Van Dario Fo tot Het Huis van Bernarda Alba en moderne stukken van Nederlandse schrijvers. Geen enkele weerspiegelde mijn eigenheid en dat wat ik wil laten zien.

Daarom maak ik zelf maar een verhaal. Hoe pak ik dat aan? Waarover moet het gaan? Ik wil het niet schrijven, het moet vanuit improvisatie ontstaan. Zo veel interesses als ik heb, zo veel fascinaties heb ik. Van natuurkunde en vrouwen in de wetenschap tot sterrenkunde tot de menselijke psyche, gedrag en seriemoordenaars, magie, mythologie, sprookjes en familiegeschiedenissen, liefde, boeken en beeldende kunst, Shakespeare. Als ik het alleen al zo opschrijf, voel ik me misselijk. Zo veel moois, zo veel keus.

En dit is nog niet eens alles. Heb ik last van FOMO? Fear Of Missing Out? Dat ik het niet goed genoeg doe? Nee, dat is het niet. Het is meer dat ik iets moois, iets goeds, wil neerzetten. Omdat ik er ontzettend veel in wil vangen, raak ik tegelijkertijd verlamd en doe ik niets meer. Het is een vreemde vorm van perfectionisme. Want het is niet dat ik het voor mijn docenten zo goed mogelijk wil doen. Ik wil het voor mezelf zo goed mogelijk doen.

Misschien verwacht ik wel dat ik er alles van mezelf in dit toneelstuk kan leggen. Net als dat ik al tijden wacht op het ultieme verhaal om te schrijven. Dat moment dat je denkt: ja, dit is het onderwerp waar ik over wil schrijven! Hier kan ik alles in kwijt. Inmiddels zou ik toch moeten weten dat dit voor mij niet gaat gebeuren. Als het in mijn werk niet gebeurt, dan gebeurt het met schrijven en theatermaken ook niet. Ik houd gewoon van veel te veel dingen.

Niets nieuws

Overigens is dit proces me niet vreemd. Elke keer als ik een toneelstuk moet kiezen, sleep ik er van alles met de haren bij. Oh, dit en dit en dit kan er ook allemaal in. En wat als ik nu een verwijzing naar de coronatijd erin stop? Misschien wel leuk. Daarmee krijgt het iets actueels. Of ik zie in een serie een leuke scène, lees in een boek een mooie zin, hoor een prachtig liedje en bestudeer een creatieve speloefening. Alles wat ik zie, lees, hoor, maak, proef en aanraak zorgt voor meer associaties.

Als ik zo al die ideeën en associaties blijf volgen komt er natuurlijk nooit iets uit mijn handen. Het is dus goed dat er nu een opleiding is, met deadlines. Zo leer ik mezelf om keuzes te maken, knopen door te hakken en genoegen te nemen met wat ik heb besloten. Maar het blijft ontzettend moeilijk!

Eén oplossing

Om uit deze wereld van divergeren, associëren en brainstormen te raken is er maar één oplossing. Ik moet kiezen. Het goede nieuws is wel dat ik mijn keuze waarschijnlijk fantastisch vind, want ik vind al mijn ideeën leuk. Het slechte nieuws is dat ik me vervolgens moet focussen op het uitvoeren van mijn idee. Dat valt me eigenlijk altijd tegen. Want hoe langer ik met mijn idee bezig ben, hoe meer ideeën er komen.

Die ideeën probeer ik dan maar te verzamelen. Wie weet doe ik er op een later moment nog wat mee. Ze staan in mappen op mijn laptop, in opschrijfboekjes, tekstdocumenten, notities en gesproken berichten op mijn telefoon. Soms in woorden, soms in schetsen en soms in foto’s. Bij elkaar is het een enorme schat.

Wat het uiteindelijk word weet ik nu natuurlijk nog niet. Misschien moet ik gewoon teruggaan naar het idee wat het langst bij me was. Een stel vreemden zit samen in een wachtruimte, er is een nummertjessysteem met random nummertjes. Wat doen deze mensen hier? Waar wachten ze op? Ik zie het als een soort limbo, een plek tussen leven en sterven. Wat als je hier terecht komt als je bijvoorbeeld in coma ligt of een bijna-doodervaring hebt? Wie of wat geeft de doorslag om te mogen sterven? Wanneer mag je de wereld en de controle echt loslaten van jezelf?

Laura Schoenmakers