Leeslog #8

Leeslog #8

15-06-2020 Uit Door Laura Schoenmakers
Leestijd: 4 minuten

Wat een productieve leesweek! Ik las maar liefst zes titels in vijf boeken uit. In dit leeslog vind je wat ik ervan vond.

Murakami’s 1q84

Wie mij kent weet dat ik vaak Murakamiboeken lees. Komt door mijn man. Die gaf mij ooit de bundel After the Quake cadeau. Het was het eerste wat hij aan me gaf, voor mijn 24ste verjaardag. Sindsdien ben ik verkocht.

De boeken van Murakami zijn fantasievol, goed geschreven en dagen de lezer uit om zijn verbeelding te gebruiken. Dat geldt voor 1q84 ook. Je spreekt het trouwens uit als qutienvierentachtig. Als negentienvierentachtig, maar dan met een qu op de plek van de negen. Het gaat over parallelle werelden en over liefde.

Hoofdpersonages zijn Tengo en Aomame, een man en een vrouw van dertig. Ze kennen elkaar alleen van de lagere school en hebben elkaar sinds die kinderjaren niet gezien. Toch blijven ze naar elkaar verlangen. De trilogie beschrijft de verhalen van de twee om en om. Ze belanden onafhankelijk van elkaar in de wereld van 1q84, die erg veel lijkt op 1984, maar met opvallende verschillen. Zo heeft deze wereld twee manen. Of ze elkaar uiteindelijk ontmoeten en of ze terug weten te keren naar 1984 moet je zelf maar ontdekken. 😉 Ik vond het in elk geval weer een prachtig mooi Murakami-verhaal.

Karateslag & Minna Zoekt Oefenruimte van Dorthe Nors

Sommige boeken hebben een unieke stijl of een bijzondere vorm. Dat geldt voor het korte verhaal Minna Zoekt Oefenruimte van de Deense schrijfster Dorthe Nors. Dit hele verhaal is opgeschreven in korte, actieve zinnen. Minna woont in een flat. Minna denkt aan Lars. Minna is verliefd op Lars. Precies zo.

Dat is even wennen. Bijna alle zinnen beginnen met Minna en toch leest het als een trein. Ben je eenmaal gewend aan de stijl en de vorm – en dat gaat razendsnel -, dan neemt je verbeelding je mee naar het Denemarken van Nors.

Naast dit verhaal staan er nog diverse korte verhalen in de bundel Karateslag. Stuk voor stuk zijn het portretten van alledaagse mensen die niet zulke alledaagse dingen meemaken. Dankzij de woorden van Nors kruipen we in hun hoofden en beleven we de redenen waarom ze doen wat ze doen. En verrassing: mensen doen meestal maar wat. Leuk tussendoortje.

Kaf door Joep Stapel

Ik nam dit boek mee van de bibliotheek omdat het omslag me aansprak. Het deed me denken aan Toscane. Niet geheel toevallig ging het boekje daar ook over. Kaf is de hoofdpersoon. Hij gaat trouwen met Gabi en rijdt met zijn vriend Erik naar Lari in Italië, waar de bruiloft plaats vindt.

Kaf is een typisch product van de moderne Nederlandse literatuur. Korte zinnen, beeldspraak en veel dialoog. We kruipen in het hoofd van Kaf en kijken mee hoe zijn liefde voor Gabi ooit ontstond, hoe belangrijk zijn Opa voor hem was en of hij erin slaagt om de bruiloft op tijd te bereiken.

Ik vond de personages uit dit boek niet bijzonder. Een beetje oppervlakkig, eendimensionaal. Er zijn gesprekken, affaires, samoeraizwaarden en een verlangen naar Japan, maar toch heb ik het gevoel dat ik geen grip heb gekregen op Kaf. Hij voelt als zo’n tien-in-een-dozijn student die niet de juiste keuzes maakt, maar te slap is om dat toe te geven. Een leuke poging tot een portret, maar een week later ben ik alweer vergeten wat er ook alweer gebeurde in dit boek.

Ja-maar, wat als alles lukt?

Dit boek van Berthold Gunster staat al jaren in mijn kast. Aangezien mijn kast vol begint te raken en ik eerst alles moet lezen wat erin staat, kwam Ja-maar, wat als alles lukt? ook aan de beurt. En wat een fijn boek.

Kort gezegd gaat het over accepteren. Accepteer wat je niet kunt veranderen. Ga je een dagje naar het strand, maar regent het pijpenstelen? Accepteer dat het zo is, in plaats van te mokken over het feit dat het regent. Gunster beweert dat ja-maar een variant is van nee. Wie ja-maar zegt, blokkeert. Dat is bij improvisatietheater ook zo.

Het boek is ingedeeld naar tien manieren om ja te zeggen. Zeg ja tegen het leven, zeg ja tegen zijn, zeg ja tegen elkaar. Het heeft mij zo veel inzichten gegeven dat ik het binnenkort beslist nog een keertje ga lezen.

Nightingale Point door Luan Goldie

Wauw. Dit boek heb ik in een ruk uitgelezen. Het is een uniek debuut van Luan Goldie. Ze schrijft over hoe de levens van vijf flatbewoners veranderen nadat een vliegtuig de flat is ingevlogen. Ze baseerde haar verhaal op de vliegtuigramp in de Bijlmer op 4 oktober 1992. Haar boek is daarnaast opgedragen aan de slachtoffers van de brand in Glenfell Tower in Londen in 2017.

Nightingale Point is de flat waar Mary, Malachi, Tristan, Pamela en Elvis wonen. Dit zijn de vijf perspectieven die Goldie beschrijft. Ik stel me voor dat het een torenflat is waar zeer uiteenlopende mensen wonen: studenten, etnische minderheden, mensen met een afstand tot de maatschappij, mensen met financiële ondersteuning. Mary komt oorspronkelijk van de Filipijnen en heeft de zorg voor Malachi en Tristan op zich genomen. Hun moeder is overleden. Malachi is 21, Tristan 15. Ze zijn allebei zwart. Malachi is eigenlijk het vriendje van Pamela, ze willen ondanks de weerstand van Pamela’s racistische vader met elkaar verder. Pamela is 16. Elvis heeft een leerstoornis en woont begeleid-zelfstandig in Nightingale Point.

We volgen hen alle vijf van de dag waarop het vliegtuig in de flat crasht tot een aantal jaar later. Goldie heeft ieder personage een eigen stem gegeven, die ook nog eens geloofwaardig is. Iedereen beleeft de ramp anders en moet met de gevolgen leven. De crash vernietigd hun huizen en maakt hen in een klap dakloos.

Ik vond Nightingale Point heel aangrijpend, heel mooi, verdrietig en tegelijk hartverwarmend. Een verhaal over rouw, crisis, racisme, familie en veerkracht. Heel knap hoe Goldie zich heeft ingeleefd in de situaties van deze mensen wiens levens nooit meer hetzelfde zullen zijn. Schitterend boek.

Laura Schoenmakers