Over Slaap en Waak

Over Slaap en Waak

26-09-2015 Uit Door Laura Schoenmakers

In een land hier niet zo heel ver vandaan liggen twee steden. De ene stad heet Slaap en de andere stad heet Waak. Hoewel de steden vlakbij elkaar liggen, bezoeken de bewoners van deze steden eigenlijk nooit de andere stad. Bewoners van Slaap, Slapers, bezoeken nooit Waak. En bewoners van Waak, Wakers, bezoeken nooit Slaap. Want tussen de twee steden in ligt een niemandsland, een land waarin Stof en Wind de baas zijn. Het niemandsland is kaal en er staan nauwelijks bomen. Een paar doornige struikjes, dat is alles.

Niemand weet of er wel iemand leeft in dit niemandsland. Voor het gemak zegt men maar dat er niemand leeft, want als niemand het weet, dat kun je je eigen waarheid verzinnen, nietwaar?

Door het niemandsland loopt wel een weg, van noord naar zuid, van Waak naar Slaap. Deze weg wordt heel soms bereden door koeriers en boodschappers. Deze jongens vertellen vervolgens in de kroeg wilde verhalen over de weg door niemandsland. In werkelijkheid is er weinig wilds te ontdekken aan de weg of het niemandsland. De weg is stoffig en en rollen tumbleweeds overheen. Precies halverwege de weg staat een oud gebouw, wat wel een herberg lijkt te zijn geweest. Niemand weet meer precies wat  het gebouw ooit is geweest en wanneer het is verlaten. Dat lijkt nu niet meer belangrijk. Niemand gaat er ooit naar binnen, je weet immers niet wat zich achter gesloten deuren verbergt.

Genoeg over dat naargeestige stuk land zonder leven. Laat ik wat vertellen over de levende steden, Slaap en Waak.

Zoals de namen al zeggen verschillen de steden Slaap en Waak als dag en nacht. Waak is een grote, bruisende stad die nooit slaapt. Althans, dat zegt men. Ik vermoed dat er wel degelijk geslapen wordt, anders kun je er nooit zo’n actieve levensstijl op nahouden. Want dat is wat de Wakers doen: leven. In de breedste zin van het woord.

Ze houden van het goede leven, van eten, van drinken en van plezier. In Waak zul je niet snel serieuze figuren tegenkomen. Iedereen is kleurrijk, letterlijk. Zelfs de bestuurders van de stad staan bekend als Pleziervierders. Het zijn mannen met dikke buiken en glimmende, bolle rode wangen. Ze lachen eigenlijk altijd. Problemen negeren ze en wachten tot ze vanzelf verdwijnen of vergeten zijn. Want dat gebeurt immers altijd met problemen, nietwaar? Het besturen van Waak is een erebaan en de Pleziervierders doen het dan ook met veel enthousiasme. Ze proberen de stad zo levendig mogelijk te houden.

In Waak mag eigenlijk alles. Zolang je maar plezier hebt in je leven. De stad Waak groeit nog altijd gestaag door de niet-aflatende stroom van nieuwe kinderen. Een kind dat geboren wordt uit plezier en genot, dat moet toch een kind zijn dat geniet van het leven? De kinderen van Waak leren al jong wat het is om plezier te hebben. Ze leren niet in scholen zoals wij die kennen, ze leren spelenderwijs. Het ene kind ontpopt zich dan tot een leider, de ander tot een Vrouwe van Goed Plezier (een erebaan). Allemaal zijn ze anders, maar ze kenmerken zich door één ding, en dat is plezier.

De stad Slaap is heel anders. Als je de stad ziet liggen, zou je denken dat het een spookstad is. Er is eigenlijk nooit iemand op straat. En de mensen die op straat lopen, lopen snel, met grote passen. Als je in Slaap geen goede reden hebt om de straat op te gaan doe je het niet. Het is een regel die Slapers al jong leren. Slaap-kinderen spelen niet buiten. Ze spelen binnen, rustig, met een paar speelgoedridders- en jonkvrouwen. Terwijl ze spelen luisteren ze naar de gefluisterde gesprekken tussen hun ouders. Want hard praten, dat doe je niet in Slaap. Je zou maar de verkeerde figuren wakker maken.

Eigenlijk mag je in Slaap niet zoveel. De bestuurders van de stad, onder de bewoners van Slaap ook wel Slaapmutsen genoemd, zijn heel serieus. Ze willen hun stad beschermen tegen alle invloeden van buitenaf. En vooral de invloeden van Waak. Niet dat de Slaapmutsen er ooit geweest zijn, maar ze hebben ervan gehoord. Die vieze puist in het landschap waar zoveel licht en lawaai vanaf straalt. Nooit, maar dan ook nooit, willen ze die invloed in hun mooie, rustige stad, waar niemand ooit problemen heeft.

Helaas zijn de Slaapmutsen slecht geïnformeerd over die problemen. Want in Slaap heeft eigenlijk iedereen problemen, maar niemand durft er ooit over te praten, bang dat er mensen zijn die ze verklikken aan de Wachtrechters die overal in de stad staan. Sommige mensen kunnen niet leven onder het strenge regime van de slaapmutsen en besluiten stiekem plezier en vertier te zoeken. Er zijn een paar clandestiene clubs in Slaap, waar je als man bijvoorbeeld Vrouwen van Plezier vindt. Of waar je een avond goed kunt lachen om de grappen van een komediant. Of waar je alcoholische dranken kunt kopen.

Soms komen de Wachtrechters erachter en doeken de boel dan op. Als je daar betrapt wordt, ben je erbij. Je belandt dan voor ellenlange tijd in het gevang. Daar heb je weinig aan je plezier en vertier. Toch zoeken veel Slapers het plezier op, ondanks de gevaren en risico’s.

De Slapers zijn niet erg gelukkig, waardoor er ook steeds minder kinderen in de stad geboren worden. De Slaapmutsen zien dit als een groot probleem en proberen vrouwen op allerlei manieren over te halen om kinderen te krijgen. In de straten wordt zelfs gefluisterd dat sommige vrouwen er geld voor gekregen hebben van de Slaapmutsen.

Kortom, als je zou moeten kiezen, zou je liever in Waak dan in Slaap wonen.

Laura Schoenmakers