Runner’s High

Runner’s High

26-05-2020 Uit Door Laura Schoenmakers

Ik stap naar buiten. De lucht voelt fris, ik haal diep adem en voel hoe de ochtendlucht mijn lijf instroomt. Ik begin met stretchen en warming uppen. Squats, lunges, hamstring stretches en oefeningen om mijn kuiten op te rekken. Tot slot een paar high knees en ik ben klaar om te gaan. Ik hoor Kris in de bijkeuken de kattenbrokjes uit de kast pakken en open de achterdeur voor een kus. ‘Tot zo!’ Mijn hardlooprondje begint.

Zonnestralen vullen het steegje naast ons huis, ze verwarmen mijn benen en armen. Koud heb ik het niet meer. Met een stevig wandeltempo loop ik de straat uit. Mijn hardloopschoenen dreunen op de stoep. Ik voel mijn enkels, knieën, heupen en merk hoe gestroomlijnd de spieren samenwerken voor een gedachteloze beweging als lopen. Voor me uit slaat net de vrouw van verderop met haar Jack Russell de hoek om. Ik steek over, concentreer me op mijn ademhaling.

Halverwege de Javastraat ligt een tegel met een gedicht van Willem Wilmink. Juni heet het. De tegel roept tegelijk herinneringen en verlangens op naar zwoele zomeravonden in de tuin. Vanochtend ren ik er voorbij.

Daarna volg ik de Perikweg tot aan de Singel, waar ik even moet wachten. Hoewel het spitsuur is, rijden er maar weinig auto’s. Binnen een minuut sta ik aan de overkant bij de Ontmoetingskerk, waar ik mijn rondje vervolg richting Sportpark Het Diekman. Vlak voor de grote parkeerplaats stop ik even. Mijn rechterkuit speelt op, dus ik besluit even te stretchen. Binnen seconden is mijn ademhaling alweer rustig, de spier blijft wat gespannen voelen. Ik besluit met kleinere passen verder te lopen, de steek van teleurstelling probeer ik te negeren.

De eerste meters twijfel ik. Moet ik niet toch verder wandelen in plaats van rennen? Is dat niet beter voor de spier? Ben ik hem nu aan het forceren? Ik hoop het niet.

Als ik even later de hoek omsla richting de weg langs de voetbalvelden, zie ik in een flits mijn eigen schaduw. Een klein vrouwtje, intens bewegend, met energieke stappen. Verkwikt ren ik verder. De kuitspier houd ik goed in de gaten. Anders ga ik daarachter, na die boom, wel even een stukje wandelen. Ik ren door.

En dan sta ik ineens op de Brinkstraat, de drukste straat op de route, zo ‘s ochtends vroeg. Ik loop verder. Ontwijk twee dames in zomerse jurken met bloemen erop die hun honden uitlaten, ren om twee meisjes op weg naar school heen en steek vier keer over om ouders met kinderen en mannen van de plantsoenendienst te omzeilen. Daar is de Singel weer. Geen auto’s van links, wel van rechts. Ik zie de auto uit de straat schuin achter me de weg opdraaien, trek een sprintje om over te steken. Vertraag weer en ren tot aan de Hoogstraat. Daar pak ik mijn wandeltempo en loop met verende pas naar huis.

Tijdens de cooling down reconstrueer ik mijn rondje. Toen ik het Diekmanterrein op kwam, dacht ik nog dat ik het niet zou redden. Dat ik beter een kortere ronde kon lopen. Maar ergens op de weg langs de voetbalvelden kwam de magische omslag: een runner’s high. Het gevoel dat ik de wereld aan kon. Dat rondje hardlopen? Piece of cake. En die kuitspier? Die voelde ineens een stuk minder gespannen en pijnlijk.

Maar het allerfijnste? Dat hoofd vol rust en helderheid na afloop. Een perfect begin van de dag. 😌

Foto bovenaan deze blogpost via Unsplash

Laura Schoenmakers