Schatzoeken

Schatzoeken met een schatkaart
Leestijd: 3 minuten

Ik ga op weg. Gewapend met een schop en een kaart met een groot kruis erop. Gek genoeg is die kaart geen plattegrond, maar een wit vel papier. Ik weet waar ik heen ga, want op de plek van het kruis ligt de schat. Uiteraard. Van de reis erheen weet ik echter niets. Het enige dat ik zeker weet is dat ik een schat ga vinden.

Toch is een kaart voor schatzoeken meestal een echte plattegrond. Er staan spookbomen op met grijpgrage takken, rivieren vol hongerige alligators en kerkhoven voor neushoorns. Tussen al die gevaren door voert een route die eindigt bij het kruis, meestal rood van kleur en vetgedrukt van inkt. Maar mijn schatkaart is dus wit. Blanco. Vol verrassingen.

Soms sta ik ‘s ochtends op en weet ik nog niet dat ik vandaag ga schatgraven. Dan gebeurt het gewoon. Dat zijn mooie momenten. Als ik gewoon wat voor me uit zit te schrijven. En wat gedachten, wat zinnetjes, wat ideeën aan het papier toevertrouw, en nieuwsgierigheid me ertoe brengt om mijn zilveren opschrijfboekje eens door te lezen. Het zilverboekje begint in 2017, nu vier jaar geleden. Gedichten, quotes, dagboekschrijfsels, korte verhalen, scènes, ideeën voor toneelstukken, conflictgedachtes, het staat er helemaal vol mee. Zo zette ik mijn schop in de grond en groef schat na schat op, de een nog mooier dan de ander.

Natuurlijk kun je die schat dan voor jezelf houden. Zo zou ik alle muntstukken van Zilverlokje de Vervaarlijke Piratenvrouw voor mezelf houden en er een stapel boeken van kopen. Ik kan minstens tien titels opschrijven die ik gelijk zou aanschaffen. Maar mijn gevonden schatten vragen erom gedeeld te worden. Ze zijn te mooi om te bewaren in een vitrinekast in een stoffig museum op een tropisch eiland, waar niemand ze ooit zal vinden.

Zo groef ik in het zilverboekje deze alinea op:

‘Iedere dag kruis ik weer een dag door op de kalender. Met rode stift. Zo straf ik mezelf dat ik in deze situatie verzeild ben geraakt. Wat heb ik dan toch verkeerd gedaan?’

En deze:

Na vier dagen ken ik de witte muren van mijn appartement uit mijn hoofd. Ik weet precies waar de vlekjes zitten, waar het muggenlijk zit dat ik in een buitengewoon warme nacht afgelopen zomer heb platgemept. Ik voel mij net als die mug. Uitgeknepen en platgeslagen.’

Verder herontdekte ik hoe ik ervan geniet om te spelen met beeld, vorm en taal:

Gedicht Laura Leeuwendans

Foto op de achtergrond door Tony Pham via Unsplash.

Van dit dit gedichtje herinner ik me vooral het plezier toen ik het schreef. Het gaat over een jeugdherinnering. Ik woonde als kind een viering van Chinees Nieuwjaar bij in Kuala Belait, Brunei, waar ik woonde van mijn vierde tot mijn tiende. Ik was helemaal weg van de leeuwendans en de prachtige kostuums en vroeg mijn moeder of ze voor mij ook een kostuum van een Chinese Leeuw wilde maken. Daarna ging ik met pannendeksels, bij wijze van bekkens, zelf een leeuwendans uitvoeren in de woonkamer. Tot mijn moeder de deksels afpakte omdat het zo’n kabaal gaf. 🙂

En vooruit, omdat het zo leuk is om schatten te delen, hier nog een laatste flard voordat ik me door een blanco landschap vol verrassingen weer huiswaarts begeef:

‘Een orakel weet altijd alles, kijkt in de toekomst. Wat als hij dat van de ene op de andere dag niet meer kan? Gaat hij dan gewoon de toekomst maar uit zijn duim zuigen?’

De foto bovenaan deze post is gemaakt door N. via Unsplash. 🙏

Misschien vind je ook leuk...