Uit het lood

Uit het lood

15-11-2018 Uit Door Laura Schoenmakers

Soms heb je van die dagen. Dan sta je op en lijkt het net of je op een andere planeet bent ontwaakt. Alsof de wereld lak aan je heeft en geen rekening met je houdt. De eerste stap op zo’n dag valt altijd extra zwaar. Waar ga je vandaag heen? En kom je daar ook uiteindelijk terecht?

Je favoriete spijkerbroek zit in de was. De kat heeft het tapijt ondergekotst. En na het douchen glijd je ook nog eens onfortuinlijk uit op de gladde vloer. Het is er weer een: een baaldag. Inmiddels weet ik dat er gradaties in baaldagen zijn.

Sommige zijn van die klassieke pechdagen. Alles wat mis kan gaan, gaat ook mis. Met andere woorden: Murphy zou een topdag hebben. Andere zijn minder pechachtig. Maar dan lijk je toch net een stap achter te lopen bij alle gebeurtenissen. Je hersenen zijn veranderd in Mona-pudding. Snel denken zit er helaas niet in vandaag.

Meestal heb ik aan een half woord gen-. Op een baaldag is dat echter nooit het geval. Dan kan ik uren staren naar een half woord en alsnog geen idee hebben van zijn betekenis. Vandaag is zo’n dag. Mijn creativiteit heeft een snipperdag gepland. Alleen jammer dat hij mij daarvan niets heeft verteld.

Bij mij heeft een baaldag vaak te maken met een disbalans in energie. Het voelt alsof ik uit het lood loop. Ik wil dan schrijven, scheppen, creëren, maar tegelijk ook inspiratie opzoeken in de buitenwereld. Het is alsof je op twee gedachtes hinkt.

Een extra lastige eigenschap van mij is dat ik energie krijg van mensen en prikkels. Maar dit moeten wel de juiste mensen en prikkels zijn. Anders putten ze me juist uit. Omdat ik veel alleen werk als copywriter, is eenzaamheid mijn allergrootste obstakel. Vooral als ik eigenlijk even mijn verhaal kwijt wil aan iemand. Even een praatje bij de koffieautomaat over de kotsende kat, even luisteren naar de problemen van mijn collega’s, iemand helpen met een mailtje sturen. Dat soort kleine dingetjes mis ik wel tijdens mijn werk.

Daarom heb ik ook wel eens geprobeerd te werken in een flexkantoor. Maar ook daar voelde ik me niet helemaal thuis. Het was er te… klinisch ofzo. Opgeruimd, netjes. Mijn werkplek mag best wat rommelig zijn, want dit geeft me inspiratie. Een flexwerkplek is onpersoonlijk, ik mis de warmte.

Wel vind ik het heerlijk om te luisteren naar de mensen die er aan het bellen zijn. Ergens wil ik ze nadoen – of de andere helft van het gesprek voeren.

Ik: ‘Nee! Je wil een rendier aanschaffen?’

Anonieme beller: ‘Ja, het lijkt me goed als we dat toch even overleggen.’  🙂

Een ander groot nadeel van een flexkantoor vind ik dat je je er moet gedragen. Ik ben graag mezelf. Dat betekent dat ik graag foute nummers van Ace of Base zing tijdens het werk of filmpjes kijk van De Vloer Op. Ook dans ik het liefst door de ruimte als ik naar de wc moet of koffie zet. Misschien is zo’n flexkantoor toch niet helemaal mijn ding…

Hoewel ik dus de energie van een druk kantoor mis, wil ik nog liever controle houden over mijn werkplek. Als ik rommel wil, dan wel mijn rommel en niet die van mijn collega. Als ik muziek wil, dan wel mijn muziek en niet Sky Radio. Of stilte… urgh, nog erger! Nee, voorlopig werk ik nog wel gewoon vanuit huis. Ook als ik een baaldag heb.

Foto: Gratisography via Pexels

Laura Schoenmakers