Van wanhoop naar droom

Van wanhoop naar droom

21-10-2020 Uit Door Laura Schoenmakers
Leestijd: 6 minuten

Als er te veel is om uit te kiezen, dan kies ik maar niets. Bied je me koffie of een glas water aan, dan weet ik wel wat ik wil: koffie en water. Maar geef je me alle drankjes van de wereld als keus, dan weet ik het niet meer. Hetzelfde gebeurt nu in mijn leven. Wat ik het liefst wil, is nu door de coronacrisis vrijwel onmogelijk geworden – op dit moment althans. Vervolgens ga ik met mezelf in conclaaf over wat ik dán moet doen. Moet kiezen. Instant geld of hard werken voor bijna niets? Gaan voor creativiteit en ondernemerschap of voor zekerheid en loondienst? Het is een dilemma waar ik niet uit kom. Reis mee in mijn gedachten over dit onderwerp. Hoe ik van wanhopig dilemma ga naar het mantra ‘blijven dromen’.

De wanhoop van een freelance schrijver

Natuurlijk vind ik zekerheid fijn. Ieder mens houdt van zekerheid. Daarom blijven we vaak lekker in onze comfort zones hangen. Je kent het behang op de muren van je comfort zone van buiten, weet precies hoe je dagen eruit zien en komt nooit een wolf of zeekoe tegen. Voordeel is daarnaast dat de grote boze buitenwereld ver weg blijft. Zet je de deur open om te ontdekken wat er buiten je comfort zone zit, dan komt ook die buitenwereld naar binnen. Met alle gevolgen van dien.

Ja, ik ben bang. Bang voor de grote buitenwereld. Bang voor onzekerheid en bang om niet te weten waar het met de wereld heen moet. Bang voor kritiek. Bang voor afwijzing. Bang voor de zoveelste ‘nee’ van een potentiële klant. Tuurlijk is er altijd een goede reden. Zoveel snap ik inmiddels ook wel.

Je zegt ‘nee’ tegen mij omdat je een beter aanbod hebt gehad. 

Je zegt ‘nee’ omdat je mij het geld niet gunt. 

Je zegt ‘nee’ omdat die ander een betere eerste indruk heeft gemaakt.

Je zegt ‘nee’ omdat het tegenvalt.

Je zegt ‘nee’ omdat je opdracht is vervallen.

Je zegt ‘nee’ omdat je bang bent voor intens levende mensen.

Je zegt ‘nee’ omdat je geld op is.

Je zegt ‘nee’ omdat je een klik mist.

Je zegt ‘nee’ omdat ik niet genoeg ervaring heb.

Je zegt ‘nee’ omdat je geen ‘ja’ zegt.

In 2018 begon ik met werken als freelance schrijver. Rete-moeilijk. Want wist ik veel waar ik klanten kon vinden (weet ik nog steeds niet, overigens). Wat ik deed als schrijver was eigenlijk hetzelfde als wat andere schrijvers doen: tekstjes tikken. Waarom moest een potentiële klant dan voor mij kiezen? Dan moet je al haast gaan voor de persoonlijkheid van een schrijver. En ik weet wel dat ik een heel leuk iemand ben, maar die potentiële klant weet dat (nog helemaal) niet. Hoe breng ik dat dan over? Zoals ik al zei: rete-moeilijk.

Waarom begon ik als freelance schrijver? Het was iets wat ik graag wilde. Ik vind het leuk om te schrijven en kan het best aardig. Het zetje kwam van na een sollicitatiegesprek bij een reclamebureau. Als ik copywriter wilde worden, dan moest ik maar gaan freelancen. Op die manier kon ik ‘ervaring aan bureauzijde’ opdoen. Na wat navraag bleek dat er genoeg werk was en ik toog weer eens naar de KvK. Schrijven als levensonderhoud. Ik wist niet waar ik aan begon. Ondertussen bleef ik dromen over het theater met een hoofdletter T.

Liefde voor theater

Waarom ik me zo aangetrokken voel tot het theater met een hoofdletter T?

Het is een vlam, een vuurtje onder alles wat ik doe. Het is een drive, een gedrevenheid. Een gevoel. Het begon op mijn twaalfde, toen ik dramales kreeg en speelde in de musical van groep acht. Ineens kreeg dat wat ik zo leuk vond om te doen een naam: drama en toneel.

Vóór mijn twaalfde was ik al idolaat van shows, films, sprookjes en dramatische verhalen. In mijn buitenlandjeugd was er alleen weinig plaats voor de shows en toneelstukken waar Nederlanders mee mogen opgroeien. Zowel Brunei Darussalam als Oman zijn hoofdzakelijk Islamitische landen. Dus wist ik veel dat er zoiets bestond als drama en toneel.

Als je daar toch je beroep van zou kunnen maken, dat zou toch ideaal zijn! In mijn tienerjaren kwam ik daar achter. Om vervolgens iets heel anders te kiezen.

Mijn ouders lagen in een scheiding precies in de periode dat ik moest kiezen voor een toekomstrichting. Ze kwamen beide uit een kunstenaarsgezin en ergens voelde ik aan dat ze het niet heel oké zouden vinden als ik kunst als beroep zou kiezen. Ik wilde ze graag te vriend houden, want ik had nog het plan om ze – heel romantisch – weer bij elkaar te brengen.

Jep, ik leefde een beetje in een fantasiebubbel. En nee, mijn ouders zijn niet meer bij elkaar gekomen.

Die eerste studiekeuze liep uit op een fiasco. Ik koos voor diermanagement in Leeuwarden en stopte er in april van het eerste jaar weer mee. Voordat de studie ook nog maar was begonnen, had ik uitgeplot hoe lang ik aan het studeren zou zijn en waar ik daarna zou gaan werken. Tot op de dag, tot op de minuut nauwkeurig. Ik had er totaal geen plezier in.

Theater was mijn liefde. Die verborg ik dus vakkundig. Dingen verbergen kunnen we goed in de familie Schoenmakers-Schillings-Malherbe. Olifanten in kamers zijn ons niet vreemd.

Theater was mijn geheime Romeo. Mijn Desdemona, maar dan met eeuwig leven.

Ik vond dat ik theater prima als hobby kon doen.

Theater was geen werk, geen leven.

Het moest mijn hobby maar zijn.

Hoe mis kun je het hebben als het gaat om liefde…

Ik hou van je, maar…

Ik begon met de opleiding communicatie. Met de gedachte dat ik daarmee ook wel in het theater kon werken en zo kon artiesten en theatermakers kon promoten. Diep in mijn hart wilde ik echter op dat toneel staan.

Of dan toch in elk geval de teksten schrijven.

Of regisseren.

Ondertussen droom ik nog altijd van het theater. Inmiddels weet ik wel dat wat ik wil theater maken heet. Het liefst doe ik alles zelf. Geen extreme controledrang, maar vooral enthousiasme en gedrevenheid.

Ik wil zelf de teksten maken, zelf de spelers regisseren, zelf een ruimte regelen, zelf het theater inrichten, zelf de kostuums naaien, alles zelf doen. Naïef misschien, maar vooral ook enthousiast. Ik ben een verhalenmaker en gebruik daar alles voor wat voor handen is: van taal tot illustratie en van beweging tot video.

Ga ik dan toch voor theater?

In 2014 schreef ik mijn vorige bedrijf uit bij de Kvk. Beeldkracht Ontwerp ging ter ziele. Good riddance.

Nee, dat is zielig. Maar het was toch een beetje een blok aan mijn been geworden.

In 2015 wist ik dat ik iets met theater moest gaan doen. Ik zocht en zocht en zocht.

Tot ik de parttime opleiding theatermaker voor het amateurtheater vond bij Huis van Puck in Arnhem. Dát ging ik doen! Ik was helemaal enthousiast over die keuze. Alleen had ik financiële ondersteuning nodig. Eerst dus maar een baan om daarmee genoeg geld te verdienen voor die opleiding.

Hoe krijg ik genoeg geld bij elkaar?

Die baan in de marketing werd een fiasco. Ik begon een patroon te zien in mijn leven. Na een paar maanden zat ik met een bore-out / burn-out thuis (doorhalen wat niet van toepassing is).

Ik ontdekte wat trekjes van hoogsensitiviteit en hoogbegaafdheid bij mezelf. Niet dat ik mezelf nou zo slim vond, maar ik liep tegen allerlei communicatieproblemen met collega’s aan en met deze etiketjes kon ik die het best verklaren. Oja, plus een knoeperd van een depressie die was blijven hangen uit mijn tienerjaren.

Toen ik eenmaal weer mijn eigen leven kon inrichten zonder hulp van therapie bleef het schrijven over als mogelijke inkomstenbron. En zo begon ik met werken als freelance schrijver.

Kiezen voor een theateropleiding

Natuurlijk ging ik nog steeds die theateropleiding doen. Maar ik had wel geld nodig. Een erfenis van mijn geliefde theater-Omi gaf onverwachte speelruimte. Alsof het zo had moeten zijn.

Ik bezocht bij Huis van Puck een open dag. Het ging over speelstijlen – ik vond het geweldig. De docent was geweldig. De plek – een oude kazerne – was geweldig. Dit ging ik doen. Een paar maanden later rondde ik succesvol de selectiedag af. In september van dat jaar zouden we beginnen. Het was 2018. Nu leven we in 2020, midden in een pandemie, en zie ik alles waar ik sinds 2015 zo hard voor gewerkt heb verdampen voor mijn ogen. Of liever, ik ben omringd door een hardnekkige mist waardoor ik niet kan zien wanneer ik eindelijk mijn droom kan gaan leven. Ik wacht nu al zo lang.

Machteloos toezien hoe corona alles lam legt

Theater stroomt samen met bloed door mijn aderen. Ik ben zo bang dat ik er nu niets mee kan. Dat roept de meeste angst op. Dat je zoveel opoffert om je hart te volgen en dat je aan de rand van een oceaan staat, met enkel een manke zeilboot naast je op het strand. Zonder mogelijkheid om weg te komen van dat van mensen verlaten strand.

Ik wil het wel uitschreeuwen, huilen, janken, iemand aan gort slaan. En dan het liefst iemand die die hele pandemie op ons heeft losgelaten.

Geen zorgen hoor, dit is geen bedreiging. Dit is machteloosheid.

Het geloof van een dromer

Een oceaan vol witte schuimkoppen. Een stevige bries in je haar. In de verte ligt het eiland waar je naartoe wil reizen.

Maar de boot naast je ontbeert een mast, heeft geen zwaard en een gat siert de romp. Zo onthand als dat bootje voel ik me op dit moment. Maar ik blijf een dromer.

Ik wil mijn droom leven, leven met theater, dromen in het theater, me laten sturen door theater, theater gebruiken als kompas, leven in mijn droom. Ik geloof in mijn droom.

Boze tranen druppelen van mijn gezicht in mijn hals. Net zo zout als die zee voor me. Doodvermoeid van de rollercoaster aan emoties laat ik me op mijn knieën zakken in het vochtige zand. De seconden lossen op in minuten als mijn snikken transformeren in rustig ademhalen. De gedachte aan mijn droom, theater maken, geeft rust.

Het enige wat nu nog klinkt is de branding, regelmatig als de ademhaling van een slapende geliefde.

Toch weet ik één ding zeker: zolang die zee er is, met zijn branding, maak ik mijn theaterdroom waar.

Hoe dan ook.

Laura Schoenmakers