Wat The Lion King mij leerde

Wat The Lion King mij leerde

14-05-2020 Uit Door Laura Schoenmakers

Disney’s The Lion King kwam uit in 1994. Deze tekenfilm was het keerpunt in mijn leven. Klinkt wel heel dramatisch, maar ik blijk nog altijd gefascineerd te worden door veel thema’s uit deze film. Ik neem je in deze post mee terug in de tijd, terug naar 1994. Buckle up, it’s going to be a hell of a ride…


Hoe het begon

In 1994 was ik negen. Op een of andere manier wist ik al van The Lion King af nog voor ik de film had gezien. Geen idee hoe, misschien door de voorfilmpjes die bij andere Disneyfilms werden vertoond? Of via Nederlandse tijdschriften? In elk geval, ik moet er op die manier achter zijn gekomen, want in 1994 woonde ik in Brunei Darussalam, een piepklein oliestaatje op het eiland Borneo. Dat zie je op de onderstaande kaart wel.

Mijn vader werkte toentertijd voor Shell, waardoor we aan de rand van een heus apenparadijs woonden wat niet zou misstaan in Disney’s Jungle Book. Kolonel Hathi heeft gelukkig nooit met zijn elephant patrol door onze tuin gepatrouilleerd.

We hadden in Brunei dus niet direct toegang tot Pathé-bioscopen en winkels vol videobanden. Wat we wél hadden in een naburig stadje was een winkeltje waar ze illegale kopieën van allerhande films verkochten. Daar kwam mijn allereerste videoband van The Lion King dus vandaan. Het zou best wel eens een screener geweest kunnen zijn. Helaas heb ik hem niet meer.

De cover van mijn Lion King-videoband was duidelijk gekopieerd. De kleuren waren een beetje off, veel te fel en ze liepen ook een beetje in elkaar over. Het geheel werd een soort bonte kermisattractie van Afrikaanse savanne en Pride Rock.

Oja, deze wil ik ook even benoemen: The Lion King hoor je dus in het Engels te kijken. Punt. Geen discussie mogelijk. Belangrijkste redenen: James Earl Jones en Jeremy Irons.

In die beperkte wereld zonder bioscopen kun je je voorstellen dat ik ontzettend blij was met mijn videoband. Ik keek hem minstens duizend keer. Toen de film dus ook nog eens in het plaatselijke bioscoopje werd vertoond, moest en zou ik daarheen. Het was een belevenis. Ik zal het nooit vergeten.

De bioscoop zat in Seria, een stadje op ongeveer een half uur rijden van ons huis. Als je bij een bioscoop denkt aan een immense zaal met pluchen stoelen en idem tapijt, dan zit je erg uit de richting.

De bioscoop in Seria was uniek. Wij kochten kaartjes bij het loket en liepen de zaal binnen. De deuren zaten achterin de zaal, het filmdoek hing voorin. De kale betonnen vloer liep af in de richting van het filmdoek, so far so good. De muren waren trouwens ook kaal beton. Plastic stoeltjes stonden in rijen voor ons klaar.

Wij waren de enige blanken. We zochten een plekje in de verder vrij volle zaal. De film startte en in plaats van in stilte te genieten, begonnen alle bezoekers commentaar te leveren. Er werd geroddeld, gelachen en gehuild, dwars door mijn lievelingsfilm heen.

Maar oh, ze leefden zeker mee, vooral toen Simba zijn vader dood aantrof op de bodem van de kloof. Nooit meer heb ik op zo’n manier als deze een film gekeken.

Inmiddels is het 2020 en heb ik veel versies van The Lion King mogen bewonderen. Twee keer in musicalvorm, in London in 2004 en in Scheveningen in 2016. Natuurlijk heb ik de live action versie gezien in de bioscoop. Nogmaals sorry, Marlies, dat ik zo heb zitten janken. De hele film lang. 🙈

Leeuwinnen in de musical. / Beeld: officiële Lion King Musical website
Zazu en Mufasa in de musical. / Beeld: officiële Lion King Musical website
Simba in de live action remake uit 2019. / Beeld via IMDB.

Zo vergaat het mij altijd wanneer ik tegenwoordig The Lion King zit te kijken. Huilen, huilen. Vooral bij de schitterende muziek van Hans Zimmer. Overigens is Beyoncé als Nala een aanfluiting, maar dat terzijde.

Afgelopen week heb ik de tekenfilm nog eens gekeken. (Huilen, huilen) Het bleek een epifanie. Alles waar ik als theatermaker en schrijver voor sta, kan ik dus terug voeren op deze film. Vier voorbeeldjes.


The Lion King = Shakespeare

Sinds mijn tienertijd ben ik al dol op Shakespeare. Het begon met een uitvoering van Romeo & Juliet, in het oorspronkelijke oud-Engels en daarna is het nooit meer weggegaan. Waarom?

Door The Lion King dus! Inspiratie voor de film kwam namelijk uit het verhaal van Hamlet, de beroemde tragedie van Shakespeares hand. Broedermoord, een vader die als geest verschijnt en een zoon die zijn vader gaat wreken. Het zit er allemaal in.

Was Hamlet al tijdloos, door The Lion King heeft het nog een tijdlozer karakter gekregen. Nu leren nog meer mensen dit prachtige verhaal kennen. Gaaf.

William Shakespeare

Plot gedreven door personages

Als je mij een beetje kent dan weet je dat ik graag boeken lees. Ik ben geobsedeerd door sommige figuren uit fictie en heb dat mijn hele leven al gehad. Ik verkleedde me bijvoorbeeld graag als mijn lievelingsfilmfiguren.

Sterke verhalen komen wat mij betreft voort uit onvergetelijke personages. Personages maken keuzes en helpen daarmee het verhaal vooruit, bijvoorbeeld omdat iemand anders faliekant tegen de gemaakte keuze is. Het is leuk om personages foute keuzes te zien maken en te genieten van alle inventieve manieren die ze moeten verzinnen om weer uit de problemen te komen.

The Lion King is een perfect voorbeeld van een verhaal dat gedreven wordt door personages. De eigenschappen van Simba, Scar en Mufasa geven het verhaal vaart en richting. Fijn is dat alle personages zo duidelijk goede én slechte kanten hebben. Zelfs Scar heeft iets zachts. Hij kiest er immers voor om Simba door de hyena’s te laten achtervolgen in plaats van het nare klusje zelf te klaren. Natuurlijk is de reden dat hij geen vuile poten wil krijgen. But still.

Als kind hield ik trouwens al van Scar. Kan niet zeggen waarom. Een baddie vond ik altijd al een stuk interessanter dan een eendimensionale held. Jafar, Shere Khan, Gaston, Frollo, al die boze Koninginnen, Sykes… Ergens zijn de bad guys in Disneyfilms gewoon een stuk minder perfect en dus menselijker dan de good guys.

Mufasa en Simba uit The Lion King
Mufasa en Simba / Beeld: The Lion King Archive
Scar op oorlogspad. / Beeld via IMDB.
De hyena’s Ed, Banzai en Shenzi (Shenzi was mijn favoriet). / Beeld via IMDB.

Werelden mixen

The Lion King inspireert op allerlei vlakken. Zo gebeurt het in Disneyfilms vaak dat werelden elkaar overlappen. Wat ik daarmee bedoel? Een voorbeeld.

In The Lion King zien we het ene moment Nala en Simba discussiëren met Zazu over het koningsschap. Het volgende moment begint Simba I Just Can’t Wait to be King te zingen en verandert de savanne in een gekleurd circus.

Giraffen hebben geen vlekken meer, maar driehoeken. De kleuren zijn niet meer realistisch, maar dat is niet het enige. Simba springt op de hoofden van andere dieren springen en er wordt gedanst en gezongen. We zijn niet meer in de realistische savanne-wereld, het heeft meer weg van een droom.

Verderop in de film gebeurt het opnieuw, nu tijdens het lied van Timon en Pumbaa. Simba krijgt ineens een spot op zich gericht zodra hij begint te zingen. Bijna alsof hij op het toneel staat.

Tijdens I Just Can’t Wait to be King / Beeld via IMDB
Pumbaa, Timon en Simba in de spotlights. / Beeld via The Lion King Archive

The Lion King is overigens niet de enige film waarin we dit overlappen van werelden zien. Het zit ook in Aladdin wanneer Genie in de Cave of Wonders Friend Like Me zingt (vertolkt door de eeuwig briljante Robin Williams).

Het mixen van verhaalwerelden gebeurt daarnaast veel in musicals. Strikt gezien zijn veel Disneyfilms dan ook musicals. Het is een genre met heel eigen regels en een spotlight op een zingend leeuwtje in een jungle, dat kan dus gewoon.

Ook nu ik zelf theater maak, houd ik ervan om werelden met elkaar te mixen. Een speler die even uit zijn of haar rol stapt om attributen op het toneel te zetten, een personage dat direct het publiek aanspreekt, ik zie hier vooral mogelijkheden en geen grenzen. The Lion King heeft me dus in zekere zin laten zien wat er allemaal kan, waardoor mijn creativiteit vleugels kreeg.


Magische gebeurtenissen

Fijn aan The Lion King is het magische. Wij mensen willen het liefst alles verklaren. Daarom hebben we wetenschap. Toch is niet alles te verklaren. Er is namelijk ook zoiets als intuïtie, heel lastig te vangen in wetenschappelijke verklaringen. Soms is iets gewoon wat het is.

Soms spreekt je vader in de vorm van een geest tegen je. Dat is wat er soms gewoon gebeurt. Als het je overkomt? Dan praat je natuurlijk gewoon terug en neem je je lot weer in eigen hand. Zoals Simba doet.

De geest van Mufasa. / Beeld via IMDB.

Spoken, sprookjes, geesten, magie. Ik weet dat het niet bestaat. Maar het is zo lekker om te geloven in iets wat niet bestaat. Je wordt namelijk onverbiddelijk meegesleept, hoeft zelf niet meer te denken. Puur escapisme. Ik hou er wel van en daarom ook nog extra van The Lion King.


Zelf schrijven

The Lion King was ook een van de redenen dat ik scripts voor toneel ging schrijven. Dat ging als volgt.

We schrijven 1997. Ik ben net, met de rest van de familie natuurlijk, verhuisd naar Nederland. Voor de zomervakantie speelde ik de rol van floppy disk in de groep 8-musical. Don’t start. Het was mijn eerste kennismaking met een toneelscript. Ik was verkocht.

Dat kon ik zelf ook. Geïnspireerd doorThe Lion King en het vervolg, Simba’s Pride (speciaal besteld bij de Free Record Shop in Assen), schreef ik een toneelversie. Schaamteloos je inspiratie kopiëren. Daar begint elke kunstenaar.

Ik was op dreef. Een paar jaar later schreef ik gebaseerd op CATS van Andrew Lloyd Webber een toneelstuk. Het was een soort organisch ding, waar steeds meer bij kwam. Mijn ideeën waren grenzeloos (nog steeds overigens). Toveramuletten, tijdreizen, weerwolven en Elfen. Het kon niet gek genoeg. Mijn Omi kreeg het onder ogen en vond het fantastisch dat ik zo schreef. ‘Heel bloemrijk’, zei ze.

Als ik nu dingen van mezelf terug lees, zou ik eerder zeggen: wollig. Maar als toneelstuk was het niet geschikt. ‘Te filmisch’, zei ze. Ik wist niet wat ‘filmisch’ betekende, maar dat kleine woordje ‘te’ had al mijn plezier vergald.

Natuurlijk, ik was een tiener. Een kind. Wist ik veel. Ik wist niet eens wat ‘filmisch’ theater was! Inmiddels weet ik wel beter. En leerde ik hoe ik om moet gaan met die rijkdom aan ideeën. Blijf bij de basis, bij de kern, en bewaar alle ideeën die tijdens het werken in je op komen in een swipe document of in de sandbox-map. Dan kun je er later wellicht nog eens iets mee.


Levenslessen uit The Lion King

Jarenlang heb ik mij geschaamd voor mijn hobby. Toneelstukken schrijven en fantastische werelden bouwen, daar had geen van mijn vriendinnen het ooit over. Wel over muziek maken, uitgaan en paardrijden. Dat deed ik ook allemaal. Maar op mijn vrije zaterdagavond kroop ik toch het liefst achter de computer om verder te schrijven aan mijn fantasyverhaal en toneelstukken.

Toen had ik nooit gedacht dat ik geld zou kunnen verdienen met schrijven en taal. Het ging mij zo makkelijk af en werk was toch iets wat vooral ‘niet leuk’ was? Schrijven kon dus onmogelijk mijn werk worden. Het was een uitlaatklep, een creatieve uiting, geen broodwinning. Dat heb ik jaren- en jarenlang gedacht. Daarmee was ik mezelf ontrouw, eigenlijk net zoals Simba niet trouw is aan zijn koninklijke afkomst.

Helaas had ik geen Rafiki die me een tik op mijn kop kwam geven en me wakker schudde.

Foto via The Lion King Archive

‘The question is: who are you?’ Die vraag heb ik mezelf moeten stellen. Leren van je verleden, niet leven in het verleden. Je kunt niet verloochenen wie je bent. Deze levenslessen uit The Lion King heb ik ook geleerd, the hard way.

Ik had weliswaar geen oom die mijn vader vermoordde (gelukkig maar!), maar wel keuzes die mijn eigen ik langzaamaan vergiftigden. Te vaak probeerde ik mee te doen met de rest, met de maatschappij, met vrienden, met familie. Als iedereen in mijn omgeving een vaste baan had, moest ik toch zeker ook een vaste baan? Diep in mijn hart wist ik wel dat ik het niet moest doen. Toch wilde ik ook heel graag erbij horen, normaal zijn. Niet overal buiten vallen. De verleiding is groot, het ‘normaal zijn’ ziet er voor mij uit als de jungle waar Timon en Pumbaa wonen en waar de kleine Simba terecht komt na een lange weg door de woestijn. Weelderig groen, schitterende watervallen, heerlijk koele schaduw, de geur van vochtige aarde. Een paradijs waar het goed toeven is. Hakuna matata, geen zorgen.

Foto via IMDB.

Maar niet als je Simba bent en bedoeld bent om als leeuwenkoning te heersen over de Pride Lands. Dat geldt in zekere zin ook voor mij. Ik ben bedoeld om verhalen te maken en die te delen met de wereld. En zo mensen te inspireren en te verrijken met kennis. Ik haal mijn eigen inspiratie uit zo veel verschillende uithoeken dat een enkele vaste baan voelt als dat paradijs van Timon en Pumbaa: schitterend, maar beperkt en beperkend. Mijn hoofd en hart zijn niet bezig met dit soort grenzen. Mijn leven gaat over grenzen doorbreken, mensen samenbrengen. En gek genoeg is Simba daarin een grote inspiratiebron. Een leeuw uit een animatiefilm, gebaseerd op Shakespeares Hamlet. Soms zijn de dingen gewoon zoals ze zijn en moet je er niet al te veel over nadenken.

Alle beelden en namen uit The Lion King en andere Disneyfilms in dit artikel zijn uiteraard copyright The Walt Disney Company. 🙂

Laura Schoenmakers