Wat zou Mr. Bean doen?

Wat zou Mr. Bean doen?

31-01-2020 Uit Door Laura Schoenmakers

Een scène maken in slapstick-stijl. Ga er maar aan staan. Samen met twee medestudenten bij Huis van Puck ontdekte ik hoe moeilijk het is te werken met deze zwaar onderschatte stijl.

November 2019. Het begin van een nieuwe lesperiode. Tot eind januari buigen we ons als theaterregisseurs in opleiding over verschillende speelstijlen. Vaak kies je automatisch voor een realistische speelstijl wanneer je theater maakt. Om ons te laten zien dat er meer mogelijk is, leren we in een aantal lessen verschillende speelstijlen kennen. De docent deels ons in in groepjes en per groep krijgen we een toneeltekst. Mijn groepje heeft Antigone. We gaan aan de slag met een vrij klassieke scène tussen Antigone en Creon. Leuk, maar ook lastig.

Iedere les spelen we dezelfde tekst. Het blijkt een onmogelijke draak te zijn. Er zitten twee vrij heftige monologen in die zich niet echt lenen voor verschillende stijlen. Realisme gaat nog wel, maar bij grotesk, absurd, Brechtiaans en slapstick gooien we de tekst gelijk overboord. Gaandeweg merk ik dat ik het liefst stijlen door elkaar meng en ze gebruik als een schilderspalet. Ik ben blijkbaar geen purist, geen specialist. Ook niet in het theater.

In januari krijgt elke groep een speelstijl toegewezen. We trekken een papiertje uit een hoed: slapstick. Ai. Hoe maken we van een Griekse tragedie slapstick? We worstelen met de aanpak. Nemen we de grote, onderliggende, concepten en gaan we daarmee aan de slag? Of proberen we het verhaal in een slapstick-format te gieten?

We proberen eerst het laatste. Dat werkt voor geen meter, want het worden meer losse sketches dan één verhaal. Wat nu? Samen besluiten we ‘liever goed gejat dan slecht bedacht’. We hebben het over ‘verbieden’ als ingang voor onze slapstickscène. Creon verbiedt Antigone immers om haar broer te begraven. Ineens denk ik terug aan een filmpje van Mr. Bean in een bibliotheek. Ik vond hem hilarisch. En hij ging ook nog eens over een verbod. Voor ik het wist, gebruikten we dit filmpje als inspiratie voor onze eigen scène en liep ik als bibliothecaris met een boek in mijn handen over het toneel.

Wat zou Mr. Bean doen? Het probleem groter maken. Zich in allerlei bochten wringen voor een oplossing. Zijn onhandigheid verbergen. Zich proberen aan te passen aan de normen van de straight man, maar ondertussen wel zijn doel willen bereiken.

Dat is allemaal veel makkelijker gezegd dan gedaan. Komedie spelen is serious business. Je gezicht moet altijd neutraal zijn, net als je houding. Je moet als regisseur heel duidelijke codes inbouwen en de komediespelers moeten steeds het publiek betrekken in hun denkproces. Alles gaat stapje voor stapje. Niets gaat tegelijk. Eerst leg ik het boek neer, dan vouw ik mijn handen voor mijn buik, daarna pas stap ik achteruit. Doe ik het allemaal tegelijk, dan weet het publiek niet wat er gebeurt. Ze kunnen het dan niet meer volgen. Er zit namelijk geen tekst in slapstick. Een uitdaging, maar wel ontzettend leuk om te doen. Ik houd hier wel van.

Ga je slapstick regisseren, dan ben je constant aan het trainen. Als jij dit doet, dan doe ik dat. Eerst zitten, dan kijken naar het publiek, dan emotie opbouwen, dan weer delen met het publiek, dan kijken naar het boek, emotie groter maken. Slapstick is timing. Niet voor niets moet je bij een slapstickscène vaak tellen. Het is bijna een soort dans. Ik houd er wel van om dit soort theater te maken, met technische aanwijzingen.

Uiteindelijk duurde onze scène 3,5 minuut. Belangrijkste les: liever een minuut goede slapstick dan een half uur half-gare slapstick. Het kost altijd meer tijd en energie om dit te trainen dan je denkt. Onderschat het niet. Zeker waardevolle lessen.

En gelukkig hoef ik nu geen flauwe filmpjes van Mr. Bean en Charlie Chaplin meer te kijken.

Laura Schoenmakers